Hoopvol

Hoe vaak had ik deze weg al niet gelopen. Hoe groot was mijn ergernis als ik in de armoedige straat het straatvuil zag op de grond voor de Turkse supermarkt en de ontelbare blikjes en plastic zakken op mijn weg van en naar mijn huis. Soms pakte ik ze op, maar vaker liet ik ze achter me. Vandaag was het licht op mijn weg anders. Ik keek daardoor anders en zag vooral de sneeuwklokjes, de krokusjes en de knoppen in de tuinen. Ik hoorde een merel zingen. Daar was ineens de lente. Het nieuwe geluid. Misschien wat vroeg, maar ze was er. Zij kietelde mijn energie. Zij daagde mij uit. En tintelde onder mijn voeten.

Die vertraagden toen ik de straat overstak. Omdat de weg iets om hoog liep kreeg het schouwspel aan het einde iets onwerkelijks en steeg als een decor boven mijn laan, het gouden zonlicht vermengd met rood, oranje en een zacht broeierig licht. Het vervulde me met verbazing. Ik voelde een oneindig vertrouwen in mij op laaien. Vertrouwen in mijn toekomst, in mijn kinderen en vertrouwen in de wereld. Vertrouwen in de schoonheid van het leven.

In de maand voorafgaand aan deze ervaring was ik somber gestemd. Het klimaat, de berichten hierover in de krant, de donkere en regenachtige januarimaand, mijn strubbelingen op mijn werk, en een somber gevoel over de wereld met al zijn pathos had me in zijn greep. De onverwachte dood van een vriend. De vreemde, wat pessimistische stemming bracht eerder wantrouwen dan vertrouwen.

Vertrouwen is een waarde die mijns inziens in ons leven en in onze samenleving te vaak een marginale rol speelt. We zijn bang, maken ons zorgen en denken voortdurend dat er gevaren spelen. We verliezen ons in fragmentarisch denken en verdrinken in de duizenden boodschappen en details die gedurende de gehele dag op ons afstormen. Er worden veel harde maatregelen getroffen om het vertrouwen de baas te blijven -vooral binnen zorg, welzijn en onderwijs- willen we het vertrouwen regelen. Deze regelkant doet vaak tekort en genereert nog vaker wantrouwen. En helpt de hoopvolle blik om zeep.

Ik las onlangs: Niets verwachten, alles hopen en aanpakken. Dat zou mijn levensmotto kunnen zijn. Vooral het aanpakken naar aanleiding van hoopvol gestemd zijn. Hoop is voor mij dan een onmisbaar ingrediënt om te kunnen leven.

Afgelopen weekend zag ik op het Groothoofd (daar waar drie rivieren samen komen op het eiland van Dordrecht) dat het water goud met blauw kleurde. Ik wilde het vastleggen maar dat lukte niet. Even later liep ik langs een brugwachtershuisje. Daarbinnen hingen 2000 kleurige bootjes, origami, door twee kunstenaar gevouwen. Ze kleurden goud, rood, roze, oranje en blauw en op het Japanse papier stonden afbeeldingen van kraanvogels en Japanse kersenbloesem. Deze afbeeldingen staan in Japan symbool voor hoop en vertrouwen De schoonheid van de plek, de bootjes, het werk, de aandacht die ik terug zag, de kleuren en de zon die scheen, het brugwachtershuisje dat weer een functie kreeg. Ik zag de boodschap van deze twee vrouwelijke kunstenaars als een school van de hoop.

Niet in elke traditie wordt de hoop omarmd of gestimuleerd. Voor de een maakt hoop het leven dragelijk. Voor een ander roept het verkeerde associaties op. Binnen het christendom is de hoop een deugd, dat wil zeggen een innerlijke houding die het fundamentele vertrouwen uitdrukt waarmee een mens of een gemeenschap de toekomst benadert.

Als we ernstig ziek worden hopen we op genezing. Als we dreigen ten onder te gaan hopen we op een wonder. Als we ten einde raad zijn, hopen we op betere tijden.

Hoop staat mijns inziens  haaks op verwachten, in tegenstelling tot wat vaak gedacht en gewild wordt… Vertrouwen gaat denk ik vooraf aan hoop en het gevolg van dat vertrouwen is een hoopvolle blik. Verwachtingen missen het mysterie terwijl hoop en vertrouwen juist het mysterie in zich dragen.

Ik relateer een hoopvolle toekomst aan het geloof dat er altijd een andere kant is van de medaille. Dat we elkaar kunnen ontmoeten op een kruispunt als er narigheid is. Ik pleit hierbij voor horizontaal en verticaal kijken. Deze manieren van kijken bieden samen zicht op het volledige plaatje.  In de wetenschap dat alles met alles samenhangt, kunnen we dan niet anders dan gaan voor een gezonde, duurzame en eerlijke koers in ons leven. Voor een hoopvolle toekomst. In de wetenschap dat we elkaar nodig hebben kunnen we niet zonder die horizontale blik, die verder kijkt dan alleen naar eigen behoeften. Deze manier van kijken met aandacht en lef maakt zichtbaar. Het ware leven zou doortrokken moeten zijn van hoop, van leven en van optimisme. Hoop is immers een reflectie van optimisme. Ik las een tekst die eigenlijk erg somber is, maar daar hoopvol bij past;

De groene ziel die leven zoekt

Daar waar alleen

Verschroeiende hitte is en troosteloosheid;

De vonk van vuur die zegt

Alles begint als ogenschijnlijk

alles verkoolt

Eugenio Montal