Tussentijd

Het was hoogzomer. Een snikhete julidag.
We hadden een goed gesprek, mijn zoon en ik. Alles leek te duiden op tussentijd. We hadden het allebei erg druk gehad. Hij zou de volgende dag de laatste handelingen aan zijn bachelor scriptie leggen en ik had nog een weekje te gaan voor mijn vakantie begon.
Nadat we in de drukke binnenstad ons een weg hadden gebaand met de metro en de stoffige en overvolle Schiedamseweg achter ons hadden gelaten, waar mijn zoon sinds kort (in hartje Delfshaven in Rotterdam) een kamer had gevonden, ploften we neer aan het mooie grachtje in het oude Delfshaven, waar we heerlijk aten. Op een ponton in het water onder de parasols was het goed toeven. Een oase van rust. We dronken op ons in het zicht zijnde tussentijd.

Mijn zoon vertelde me waar hij mee bezig was. Hij was net verhuisd van Wageningen naar Rotterdam en zou komend jaar aan zijn tussenjaar beginnen, dat vol zat met activiteiten als voorbereiding op zijn master. Hij was zichzelf aan het zoeken en vinden op alle fronten.
Ik werd teruggeworpen in de tijd door zijn verhalen. Mijn eigen volwassenwording werd onderwerp van gesprek. De sporen die ik in Rotterdam had liggen en mijn zoektocht naar mezelf als een soort van overgang naar mijn werkelijke leven. Een tussentijd die ik nodig had om dat werkelijke leven, met de echte klok aan te kunnen. Die tussentijd stond in het teken van onderzoek, kwetsbaarheid en een vooral zoekende houding.

Tussentijd. Het was een titel van een hoofdstuk in Swing time, van Zadie Smith. Een prachtige roman over de volwassenwording van twee zwarte meisjes in een arme wijk in Londen.
Ik was al enkele weken eerder teruggeworpen in die tussentijd, toen ik na 20 jaar twee oud-collega’s opzocht die mij hadden opgespoord via internet. Zij waren mijn eerste echte collega’s tijdens mijn eerste echte baan in de psychiatrie, die ik aanvaardde toen ik een jaar of 23 was. Tijdens de lunch die we gezamenlijk nuttigden moesten we 22 jaar overbruggen.  Dat kon eigenlijk niet. En toch ook weer wel. Ik had ze voor het laatst gezien bij de geboorte van mijn zoon.  De overgangen die een mens maakt in een leven zijn talrijk. Vaak maken we ze niet zo bewust. We staan op en starten de dag, we nemen drempels, waden door rivieren, we vergissen ons en keren terug of slaan iets over of slaan af. We stappen in een trein of missen hem net of stappen juist uit de trein of kiezen een vliegtuig.
Ik vond het  interessant om mijn eigen ontwikkeling onder ogen te zien en voelde me tevreden over de reis die ik gemaakt had en over de vrouw die daar aan tafel zat.
Mijn letterlijke overgang was een periode waarin ik mezelf moest herijken, die gepaard ging met nogal wat opvliegers en stemmingswisselingen en onzekerheden.  Als je door de overgang bent vind je een vernieuwde versie van je zelf, las ik ergens. Sommige vrouwen noemen het de beste tijd van hun leven.  Ik geloof dat  tussentijd een tijd van vrijheid en hervinden kan zijn. Misschien zoek ik dat, want wanneer is een mens eigenlijk echt vrij om te doen wat hij wil? Om te vinden wat hij wil?
Ik ga vanaf november een dag minder werken. Mijn huis opruimen, ontspullen, onthullen, tijd voor reflectie op een volgende stap. Hervinden. Tussentijd vinden.
Vakantie kan ook tussentijd zijn. Heerlijk. Het hoofd leeg maken en genieten van zintuiglijke ervaringen. Lezen. Broodnodig, die tussentijd!