Heilzaam

Ooit las ik dat een goed kunstwerk altijd een dichtwerk is. Een dans, een verhaal, een muziekstuk, een schilderij, een foto, een beeld dat “iets” doet met de toeschouwer.

Een goed kunstwerk, vervaardigd door een mens die iets wil tonen aan de wereld met zijn scheppingskracht. Waar zouden we zijn zonder de kunstenaars,  die ooit de moed hadden om een beroep te kiezen dat onze samenleving vaak zulke heilzame ervaringen brengt. Het kijken, het onderzoeken, het luisteren naar en het ervaren van een goed kunstwerk brengt ons (en de wereld) op een ander plan en/of op een andere hoogte.

Maar wat is een goed kunstwerk? Daarover valt te twisten en daar wordt ook maar al te vaak over getwist. Ik pretendeer hier niet de kennis te hebben om te duiden wat een goed kunstwerk is, toch waag ik me aan dit verhaal over kunst, over het gevoel voor schoonheid en de ervaring die ik had in Vezelay.

Het is een – te vaak – onopgemerkte groep in onze wereld, wiens aanzien en status in deze tijd wordt gediskwalificeerd door politici en beleidsmakers.
Omdat gedacht wordt dat ze zich wel redden, terwijl de cijfers over inkomens van kunstenaars iets anders weergeven. Ik ken ze, de kunstenaars die hun brood verdienen met workshops, een docentschap, een enkele opdracht, een freelance klus. De kunstenaars, die daarnaast schrijven, werken in hun atelier, in het theater of in het museum om de wereld iets te bieden: een ervaring van schoonheid, van lelijkheid, van vermaken, van ergeren, van troost, van ontroering.

Om de sneeuw in de Morvan te ontvluchten, waren we vanuit ons vakantieadres naar Vezelay gegaan. Een sfeervol, schilderachtig op een heuvel gelegen dorp en een spirituele etappe in de route naar Santiago de Compostella. Op onze zoektocht naar een warmer oord, kwamen we er min of meer bij toeval terecht: na twee dagen wandelen in de natuur, bracht het een welkome afwisseling.

In Vezelay werd van oorsprong kunst aangeboden als een middel om vorm te geven aan religieuze symbolen en vertellingen. Al in de 13e eeuw kreeg het dorp de status van een bedevaartsoord. Die spirituele sfeer was in het gehele dorp nog merkbaar, niet in de laatste plaats om de prachtige Basiliek, Sainte-Marie-Madeleine, Werelderfgoed van Unesco en al van verre op onze wandeling gezien, vooral bekend en beroemd om zijn  toegangspoort met indrukwekkende beelden van religieuze symbolen die ons een verhaal vertelden.

Het dorp bleek nog steeds een broedplaats voor pelgrims, kunstenaars en schrijvers. Na ons bezoek aan de basiliek keerden wij terug door de hoofdstraat naar beneden en bezochten halverwege de heuvel het museum Zervos, kortgeleden heringericht. Hier bewonderden we werken van Miro en Max Ernst, Picasso en Matisse. Beeldhouwwerken van Giacometti en Calder. Het museum bevond zich in het sfeervolle huis van de schrijver Romain Rolland en door de ramen hadden we een prachtig uitzicht over de glooiende, inmiddels, zonnige Morvan.

Enkele weken voor ons bezoek aan de Morvan hadden we thuis een animatie-film bekeken van de begintijd van Picasso, Braques en Matisse, maar vooral van Picasso, hoe zij hun armoedige leven als kunstenaar startten in “le Bateau-Lavoir”, het ateliercomplex van een groep kunstenaars in het begin van de 20e eeuw in Parijs. En hoe ze langzaam maar zeker bekendheid verkregen en door kunstverzamelaars werden ontdekt en de wereld veroverden, met hun toen schokkende, nieuwe manier van schilderen.
De interessante tijdgeest, het verhaal van deze film, namen we mee in ons bezoek aan het museum en sprak tot onze verbeelding. Het was een kleinschalig museum, gerund door kunstenaars, die op die manier ook weer wat bijverdienden. De sfeer in het museum was sereen. We waren bijna de enige bezoeker.

Maar het hoogtepunt van ons bezoek aan Vezelay moest nog komen, in een atelier halverwege de weg naar beneden in de hoofdstraat van het dorp. In de hoek van de zaal zat een meneer op een stoel met een boek, geconcentreerd te lezen. Ons bezoek werd begeleid door sacrale muziek, die de ervaring intensiveerde. In de ruimte hingen werken van zes Franse kunstenaars. We bleken de enige bezoekers en we verwijlden er, alsof het onze eigen huiskamer was. De kunstwerken van de zes kunstenaars, ook al waren ze zeer verschillend, leken in spirituele harmonie. Elk kunstwerk versterkte een andere, waardoor er een gewijde sfeer ontstond.

Soms is schoonheid lastig te beschrijven. Je kan het maar het beste zelf ervaren of met je eigen ogen zien. Ik stond voor een met gekleurd vloeipapier gemaakt kunstwerk, in de vorm van een kerkraam. Er hingen er vier. Hoewel op platen van eenvoudig golfkarton gemaakt, imponeerden de kunstwerken door hun veelkleurigheid, toon en transparantie. Ze riepen een verhaal van zichtbaar leven, van vreugde en van geduld bij mij op.

Aan de muur er tegenover hingen lange zwart-witte werken. De kunstenaar leek ze in enkele kwaststreken te hebben neergezet. Ze waren van een fotografische kwaliteit. Het riep bij mij het volgende op: Het leven dat met onontkoombaar leed passeerde, in witte en zwarte banen die bijna licht gaven. Ik werd getroffen door de eenvoud, wat me een wonderlijk gevoel gaf en me bijna aan het huilen bracht.

Toen we buiten stonden probeerden we elkaar uit te leggen wat we hadden ervaren.  We  besloten weer naar binnen te gaan en te vertellen aan de man, die in de hoek zat te lezen en een van de kunstenaars van de werken bleek te zijn, wat we hadden ervaren tijdens het kijken. Hoewel we het graag hadden gewild, besloten we om niets te kopen, omdat we er het geld niet voor hadden. De kunstenaar gaf aan dat hij blij was met onze reactie en dat de kunst daar hing om de wereld iets te vertellen en niet in de eerste plaats om iets te verdienen. Deze uitwisseling van de ervaringen tussen ons als kijker en de kunstenaar die het werk maakte, had een heilzame werking. Onze aftocht zonder kunstwerk was lichter geworden.

Tot slot:

Ik las in april een artikel in Trouw  over het bestaan van kunstenaars in Nederland.

Zie ook: https://www.trouw.nl/cultuur/inkomen-van-kunstenaars-is-zorgwekkend~a6155e7f/