Duurzame liefde

Twee mensen die door hun persoonlijke verhalen met elkaar verweven zijn. En we weten niet voor hoe lang.

Ik las afgelopen winter “De pop” , een Poolse klassieker, van Prus uit de 19e eeuw, vergelijkbaar met Tolstois Anna Karenina. Behalve dat dit boek vertelt over het 19e eeuwse Warschau beschrijft Prus ook de liefde van een wanhopig verliefde man op een vrouw, een vrouw die hem eigenlijk niet past, waardoor die liefde ontluisterend eindigt. Die valkuil van de romantische liefde speelde ook mij ooit parten. Wie niet. We verlangen wat af als mens. Doch verlangen is een sentiment, een beeld, een droom en kan geen duurzame liefde zijn, dat heb ik inmiddels geleerd. Door te leven, te lezen en goed te kijken naar binnen en naar buiten en vooral door het gewone in mijn liefde toe te laten heb ik leren liefhebben.
Wanneer spreken we van van een duurzame liefde?
Het heeft iets aanmatigend om over de duurzame liefde te schrijven als je weet dat alleen al in Nederland meer dan een op de drie relaties mislukt. Dat falen in de liefde is een vaak zeer pijnlijk proces. Mensen schijnen een huwelijk heden ten dage gemiddeld 15 jaar vol te houden. Wanneer de liefde voor ons zelf groter is dan voor de ander gaat die liefde meestal mis. Toen ik 18 jaar was, was ik nog lang niet klaar voor duurzame liefde. Pas rond mijn 33e leerde ik echt van iemand houden.
Liefde is complex en gelaagd schrijft Dirk de Wachter in zijn prachtige boekje: “Liefde, een onmogelijk verlangen?” dat ik herlas deze zomer. Liefde wordt tegenwoordig almaar vereenvoudigd tot een enkele laag, stelt hij. Halen we er een laag uit, dan doen we haar tekort. Ik ben een groot fan van deze woorden over de liefde. Liefde in al haar onmogelijkheid is soms heel moeilijk te vatten in woorden. Of juist heel eenvoudig ? Speak low if you speak love schreef Shakespeare al.

Dat liefde wortelt in gewoonheid en dat liefde OOK mystiek is heb ik leren beamen de afgelopen 20 jaar met mijn huidige partner. Om onze liefde voor een ander uit te spreken hebben we taal nodig die we soms wel en vaak niet vinden. Soms biedt een gedicht uitkomst, soms een kunstwerk, soms muziek, soms het aloude zwijgen. En heel soms vinden we juiste woorden die we dan (hakkelend) uitspreken naar onze geliefde. Die zoektocht naar taal maakt de liefde boeiend maar onszelf vaak kwetsbaar en onzeker.
De onzekere factor is de reden waarom liefde blijft duren, zegt de Wachter ook.

Gelukkige liefde kan soms even heel erg ongelukkig zijn, heb ik geleerd. En toch. Er is vaak ook taal nodig om elkaar te begrijpen. De dialogen in het boek Weg van Liefde van Alain de Botton zijn zo hilarisch door hun herkenbaarheid. Het is een heikele kwestie, die liefde, die altijd start met verliefdheid, aldus de Botton. In zijn nieuwste roman Weg van Liefde – waarin een liefdesverhaal wordt afgewisseld met filosofische theorieën – waarschuwt hij voor de valkuil van de romantische liefde. Hij noemt deze liefde ‘een geloof dat altijd heeft bestaan maar pas sinds een paar eeuwen niet meer als een ziekte wordt beschouwd’. Dat is een probleem, zegt De Botton, want „het valt voor niemand mee om een leven lang de perfecte eigenschappen te belichamen die hij of zij op straat, op kantoor of op de volgende vliegtuigstoel bij een fantasievolle toeschouwer heeft opgeroepen.”
De Botton stelt dat we allen de verkeerde partner kiezen. Verliefdheid is een valkuil stelt hij. De woordeloze intuïtie, de spontane verlangens, de zielsverwantschap. Het is allemaal zinsbegoocheling en slechts van korte duur.
Want als onze on-vermogens in zicht komen, onze gekten, onze gekwetste kinderen, dan gaan we aan de haal. Met onze woorden, onze gedachtes en ons gedrag.
Wat kan ons redden? De eerste stappen van het doorgronden in mijn partners gekte en zijn eigen wijsheid voelden heel kwetsbaar. In de kwetsbaarheid die deze zoektocht opriep ontstond een nieuwe laag in onze relatie. Die kwetsbaarheid bracht ons soms heel dicht bij elkaar. Ik leerde na lange tijd (minstens 10 jaar) van die gekke kant te houden.
Ik herken dan ook de woorden in beide boeken. Liefde zet ons aan tot een diepe beschouwing over ons zelf. We dienen te erkennen, zegt de Botton, dat we erg verschillend zijn en dit gegeven dienen we te accepteren en onder ogen te zien. Van onszelf en van elkaar. Langdurige liefde is een vaardigheid kortom, die geliefden zich langzaam en met de nodige moeite eigen kunnen maken.
Ook de Botton houdt een pleidooi voor “gewoonheid.” In die gewoontevorming schuilt de ware liefde voor elkaar. Elkaars structuur en gewoontes kennen biedt inderdaad een bepaalde intimiteit, die je met niemand anders kent.
Eenvoudig dus ook. Ja toch. Samen koffie drinken op de bank, een film kijken, pootje baden in een mooi riviertje na een lange wandeling, heel erg lachen of juist samen ontroerd zijn.
Zelfkennis en eigenwaarde brengen respect en soms ontzag of wezenlijke interesse voor de ander, zicht op de ander. En zicht op de scheuren in de ander brengt ons lucht voor de scheuren in onszelf. En dan kan je samen thee drinken op de bank, een film kijken, pootje baden, heel erg lachen of juist samen ontroerd zijn.
En zonder iets anders te verlangen meer dan 22 jaar samen zijn.