Uitsluiting

Zo rond mijn 5e jaar kreeg ik net als mijn zusjes een pop van mijn moeder.
Een pop met gebreide jurkjes, vestjes en zelfgemaakte kleertjes.
Mijn pop had blonde korte krulletjes en daaronder nog iets wat leek op lang haar. Een zogenaamd “hip” model. Ik vond dat dit kapsel niet mooi. Zo ontwikkelde ik een ambivalente verhouding met mijn pop en als ik de kans had speelde ik niet met haar maar met de poppen van mijn zussen.
Mijn tweelingzus had een pop die donkerharig was en mijn oudere zus een pop die blond was. Beide poppen hadden lang golvend haar. Mijn pop was dus anders en viel bij elk spel uit de toon. Ook de poppen van vriendinnetjes hadden lang blond haar en waren daarom favoriet. Hoe langer het haar, hoe populairder de pop. Er waren immers vele variaties kapsels mogelijk en dat kleurde ons spel en veroorzaakte dat ik mijn eigen pop tijdens het spel soms achteloos in een hoek smeet. Na zo’n speelsessie waaraan zij niet mee deed kreeg ik wroeging. Mijn pop mocht dan bij me in bed slapen.

Over dingen die we niet kunnen beïnvloeden moeten we ons volgens Stephen Covey (die lange tijd mijn keuzes hielp bepalen) niet druk maken. We moeten dan volgens Covey onze aandacht vooral richten op datgene wat wij wél kunnen beïnvloeden. Minstens even belangrijk daarbij is het volgende: we kunnen natuurlijk geen invloed uitoefenen op alles wat ons gebeurt. Maar wat we wel kunnen is bepalen hoe we zelf reageren op dingen die ons gebeuren.
Mensen kunnen handelen vanuit hun eigen kern en zich niet zozeer laten beïnvloeden door wat anderen doen. Zij nemen dan het initiatief, koersen doelbewust op eigen doelen af en stellen prioriteiten. Zij houden zaken bij zichzelf en geven geen andere factoren de schuld.
Gedurende een mensenleven lopen we enorm veel risico’s om op een of andere manier in een uitsluitingspositie te vervallen. Hoe we daar op reageren hangt af van onze veerkracht en al dan niet ontwikkelde pro-activiteit.

Zo kan het zijn dat we na een ervaring met uitsluiting ons opeens realiseren dat onze blik op de wereld werd gekleurd door onaangename gevoelens of emoties die niets met de omgeving te maken hadden maar meer met ons zelf. Dat onze waarneming een projectie was van wat er van binnen met ons gebeurde.
Dit waarnemingsproces van de wereld en de werkelijkheid vraagt ons dan om afstand te nemen van onze gekleurde bril. Dat is niet altijd eenvoudig en vormt soms een pijnlijk proces.

Onlangs vond ik de drie poppen van mijn zussen en mij in een houten zelfgemaakt bedje in de kelder van mijn ouderlijk huis terug.
Ik bekeek mijn pop nog eens goed: De pop droeg een door mijn moeder gemaakte broek en een gebreid vestje met doorzichtige knoopjes. Ik pakte mijn pop op en koesterde haar even alsof ik iets goed te maken had. Ik betreurde mijn gedrag in mijn kindertijd en verwonderde me over mijn manier van kijken. Ik vond haar opeens mooi. Ze zag er uit alsof ze wist wat ze wilde. Ook het haar vond ik eigenwijs en grappig.