Ontwikkeling

Hangt succes of falen in het leven af van of je wel of niet beschikt over een of ander vastliggend talent? En wanneer noem je iets een succes en wanneer spreek je van falen?
Deze vraag stelde ik me vroeger regelmatig.
Ik geloof inmiddels in de theorie van een “growth mindset”. De Amerikaanse psychologe Carol Dweck deed veel onderzoek naar succes en falen bij kinderen en jongeren in het onderwijs en kwam tot verrassende conclusies, die mijn kijk op onderwijs en op de ontwikkeling van mijn eigen kinderen, maar ook op mezelf sterk hebben beïnvloed.

Er zijn nogal wat mensen in de wereld die geloven in een vastliggend idee t.a.v. intelligentie en talent. Sommigen van hen maken negatieve stereotypen, die een enorm effect hebben op de omgang, de begeleiding, de leiding en het onderwijs dat vanuit deze zienswijze gegeven wordt aan mensen.
Ik kies liever voor een andere bril. Behalve het portie geluk dat al dan niet op je pad komt, geloof ik in doorzetters-kwaliteiten, in groei van spieren maar ook in groei van intelligentie en groei door ervaringen, in groei van karakter, in groei door plezier in leren, in het ontdekken van eigen mogelijkheden en onmogelijkheden en in het mogen maken van fouten en vergissingen en de betekenis die dat heeft voor een nieuw te kiezen richting of andere keuze.

Toen ik 35 jaar geleden mijn HAVO diploma haalde was ik niet zo trots op me zelf. De gehele middelbare school was voor mij een soort van worsteling, waarbij ik me in het schoolgebouw vooral bezig hield met zaken die niets, maar dan ook niets met onderwijs te maken hadden. Leraren vond ik vervelend en oninteressant, een enkeling daar gelaten. Ik presteerde zeer middelmatig, deed nauwelijks iets aan mijn huiswerk. Het leven speelde zich voornamelijk af buiten het schoolgebouw. Ik ging op zoek naar ervaringen door me te verbinden met jonge mensen die het moeilijk hadden of die uit een totaal ander milieu kwamen dan mij bekend was. Ik provoceerde daarmee mijn ouders. Ik ging graag excentriek gekleed en viel op “foute jongens.”
Tijdens de lessen raakte ik nauwelijks intrinsiek gemotiveerd. Er waren maar enkele momenten waarop ik uit deze lethargie gewekt werd: als ik mocht schrijven, als ik een goed boek mocht lezen of als een leraar een spannend verhaal vertelde….Dat waren ook de momenten waarop ik hoge cijfers scoorde. Ik genoot vooral van verhalen die me meenamen naar ervaringen die ver van mijn eigen leven af stonden en ik droomde mezelf dan een rol in zo’n verhaal.

Ik constateerde dat ik eigenlijk nergens talent voor had en deze overtuiging heeft lange tijd mijn keuzes en mijn blik op de wereld bepaald.
De totstandkoming van mijn leven ging in de jaren daarna gepaard met vallen en opstaan. Ik wilde graag een bijzonder meisje zijn.
Ik zocht en deze zoektocht kostte me behalve energie ook geld want ik kwam terecht bij een aantal elkaar opvolgende therapeuten toen ik in de beginjaren ‘90 vastliep. Deze therapeuten trokken met mij conclusies uit mijn gedrag doch brachten me nauwelijks de zelfachting waarnaar ik eigenlijk al jaren op zoek was.
Mijn doorzettingsvermogen bracht me weliswaar van studie naar studie en een diversiteit aan diploma’s en certificaten doch gaf nimmer de erkenning dat mijn prestatie “genoeg was” om mezelf een voldoende te geven.
Ervaringen die ik tegenkwam bleken later echter cruciaal, bleken later zelfs de voedingsbodem voor nieuw potentieel en steeds vaker ging ik de fouten op dit pad beschouwen als de weg naar kennis en verandering en verbetering. De meeste doelen die ik me zelf stelde realiseerde ik in de jaren daarna.
Maar het belangrijkste was dit: Ik ontwikkelde zelfachting door een aantal zaken in mezelf als waardevol te bestempelen en door te ervaren dat ik volledig in iets op kon gaan als ik mijn mogelijkheden tot het uiterste benutte. Ik ontwikkelde een scherpe blik voor kwetsbaarheid en de erkenning van kwetsbarheid bij mensen. Mijn eigen kwetsbaarheid speelde daarbij een belangrijke rol.
Mogelijkheden lagen vooral in het begeleiden en enthousiasmeren van mensen en ik wist gaandeweg in mezelf dit ontdekte talent steeds meer te ontwikkelen en aan te scherpen. Ook bemerkte ik dat ik bijna vanzelfsprekend mensen een gevoel van veiligheid kon verschaffen en kon begeleiden in hun eigen ontwikkeling.

Ik zie mijn leven inmiddels als een toevallig en meestal gelukkig experimenteel onderzoek, waarbij ik elke dag mooie nieuwe ervaringen op doe. De betekenis van deze ervaringen worden soms verankerd en zichtbaar in mijn handelen door het toepassen van deze leerervaringen. Deze kijk brengt me elke dag nieuwe zelfachting en verandert mijn blik op de wereld. Dit noem ik ontwikkeling.