Grondslagen

Het woord vond ik mooi: g r o n d s l a g. Het had iets krachtigs en stevigs en iets fundamenteels. Nu was het me daar juist om te doen. Wat vormde mijn fundament, van waaruit ik mijn bewegingen, mijn gedrag, mijn woorden en mijn daden kon verklaren en verantwoorden.
Als er een paar weken rust in mijn hoofd is, ontstaan er nieuwe paadjes, openingen die ik niet ken van mezelf, gedachten die me inspireren, vragen die me bezig houden. Zo ebde het woord grondslag na in mijn hoofd en in mijn wezen de afgelopen maand. Het was tijdens een studiedag dat een lector aan mijn collega’s  en ook aan mij de vraag voorlegde: wat was mijn grondslag? Telkens weer dwaalden mijn gedachten terug naar het moment waarop ik deze vraag, nu enkele maanden geleden, beantwoordde. Bij mij kwam het volgende woord in op: erkenning. In de eerste instantie voelde het toen ik het uitsprak, als een woord dat te dicht bij me kwam, als een vergissing. En als ik terug dacht aan het moment van uitspreken voelde ik een enorme schaamte en het verlangen om mezelf te verdedigen en uit te leggen waarom ik juist dit woord koos.

Ik ontdekte deze zomer de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård. Een zesdelige autobiografische romancyclus “ Mijn strijd” die in Noorwegen een groot succes kende en die nu in recordtempo de wereld verovert, een cyclus waarvan ik twee romans las, willekeurig deel 2 en 4.
Het was voyeuristisch, genadeloos, soms grappig en ontroerend wat hij beschreef.
Ik was getroffen door de manier waarop hij in zijn eigen leven ronddoolde en steeds weer op een eigenzinnige manier zichzelf en dierbaren onder de loep nam en daarbij niemand spaarde, evenmin zichzelf. Waarom was dit zo’n probaat middel om lezers te verkrijgen? Ik heb me vandaag verdiept in zijn schrijverschap door interviews met hem te beluisteren, hij was spreker op Lowlands. Ik vroeg me af wat me zo boeide in deze romans. Het leven fileren, gedachten onderzoeken en strijd leveren om daar te komen waar je wilt zijn: wat Karl Ove doet heeft iets herkenbaars en geruststellends en roept een hang naar meer op, bij mij althans. Het roept gedachten op over leven, over relatie en over mijn eigen strijd, onderzoek en verlangen. Het “ken u zelve” staat voor mij op een belangrijke plaats in mijn omgang met mezelf en anderen.

Het was überhaupt voor het eerst dat ik over mijn grondslag nadacht de afgelopen weken: vanuit welke grondslag leefde ik eigenlijk ? Het woord had voor mij een sterke echo en kwam dus steeds weer terug in mijn gedachten. Had ik eigenlijk wel een grondslag en hoe bepaalde dit dan mijn doen en laten en vooral mijn ”zijn”.
Het woord erkenning, dat egocentrische associaties oproept en misschien ook lang voor mij die betekenis had: ik wilde gezien, gehoord en erkend worden. En tegelijkertijd was dat hetgeen waar ik het meest bang voor was. Het woord gaf me toegang tot een tot nog toe ongekende wereld. Een wereld waar ik ongecompliceerd aanwezig was, vanzelfsprekend en dichtbij mezelf. Waarin ik geen moeite deed om aanwezig te zijn maar waar ik simpelweg aanwezig was.
Maar het woord erkenning roept inmiddels meer op dan dat: het verlangen erkend, herkend en gekend te worden lijkt me universeel en een voor elk mens geldend verlangen. Ik geloof zelfs dat een niet inlossen van dit verlangen kan leiden tot ziekte, eenzaamheid en depressie. Ik heb jaren geleden met mezelf afgesproken dat ik behalve mezelf, vooral anderen wil erkennen. Ik doe er moeite voor om anderen te zien en kwetsbaarheid te honoreren. Ik werp graag de onzichtbare mens op om zichtbaar te worden en speel met liefde een rol in het opzoeken van ontkende emoties en gedachten. Als coach en docent heb ik daarmee mensen geholpen.
Want wat stelt het leven eigenlijk voor als er geen begrip is voor wie je bent, wat je denkt, wat je voelt wat je kan en wat je laat zien. Welke relatie stelt dan nog iets voor? “In den beginne is de relatie, alle werkelijke leven is ontmoeting.” schrijft Buber .

Ik las ook: “Bij zichzelf beginnen, maar niet bij zichzelf eindigen; van zichzelf uitgaan maar niet naar zichzelf toe streven: zichzelf zijn, maar niet met zichzelf bezig zijn” ( Buber in De weg van de mens).
Nog een lange weg te gaan…..