Het is er de tijd voor!

De woorden van dierbare dichters krijgen soms een nieuwe betekenis als ik ze hoor herhalen door mijn zoon, die nu voor het eerst in zijn leven geconfronteerd wordt met de 40ers en de 50ers uit de Nederlandse Poëzie.
Van een vriendin kreeg ik enkele maanden geleden, Hier komt de poëzie, acht eeuwen Nederlandstalige Poëzie gekozen en voorgelezen door Ramsey Nasr, vorige week nog onze Dichter des Vaderlands. Op stille momenten, als het huis van mij is, galmt, tijdens het schoon maken of tijdens het mijmeren, de stem van Nasr, met gedichten van onze groten: Nijhoff, Campert, Lucebert, ook van Marsman en Slauerhoff, door mijn woonkamer. Hun woorden maken iets wakker en ik ontdek weer wat poëzie met mij doet….Vanochtend schrok ik op na het beluisteren van Campert en dacht: poëzie is een daad van bevestiging geweest in mijn leven. De gedichten die ik las, schreef of tegenkwam dienden sinds jaar en dag als troostbron, als middel om in een andere stemming te komen, als geschenk, dienden om iets betekenis te geven of als inspiratiebron, soms als tegenkracht in een eendimensionale wereld. Als coach en begeleidingskundige  geloof ik dat ieder mens beschikt over persoonlijke hulp- of krachtbronnen, die  indien geactiveerd en leven prettiger kunnen maken. Poëzie vormt voor mij  zo’n hulpbron en zet me regelmatig op een ander been…

De poëzie drong mijn leven binnen toen ik verdriet had, dat paste bij die leeftijd, zo rond mijn 18e. Ik maakte er een gewoonte van om gedichten die ik mooi vond op de muur te hangen. Tot lang in mijn studententijd bleef ik trouw aan deze, niet altijd gewaardeerde, gewoonte en ik vond het prettig om de woorden die ik regelmatig zag, in mijn hoofd te herhalen en soms hardop te zeggen. Ik begon zelf gedichten te schrijven en ik geraakte nog weer later in een poëzie clubje met amateur schrijvers die elkaar gedichten stuurden, onder begeleiding van een neerlandicus, die enkele bundels had gepubliceerd.

Inmiddels ben ik gestopt met het schrijven van serieuze gedichten. Ik beperk me nu tot het schrijven van gelegenheidsverzen voor mijn ouders, kinderen, familie, mijn geliefde of een vriendin.  Op gezette tijden vloeit er een gedicht uit mijn pen ter gelegenheid van een huwelijk of een verjaardag. Dat zoeken naar woorden, herschrijven en schrappen brengt vreugde en een gevoel van: wat er geweest is, is er nog steeds even….

Door mijn lidmaatschap van de Nederlandse Poëzieclub ontvang ik regelmatig nieuwe gedichten en verrassende momenten, woorden die mij doen stil staan. Het is de week van de poëzie in Nederland. Een bundel van Leo Hermens geeft blijk van een waterval aan woorden, die nieuw zijn voor me. De gedichten doen je zweven en vallen, lees ik achter op de bundel. Ik citeer een strofe:

We rijden stoel.
Er is haast tegen de tijd.
Een frisse neus grenst aan te pletter.
Ramen weten niet van wijd
En zwijgen van kieren.(…)

Het is de week van de poëzie en het is er de tijd voor: Poëzie!

(of andere hulpbronnen..)

Bron: radio waterval; Leo Hermens, Voornemens, eerste strofe pag. 26, Amsterdam/ Antwerpen, september 2012. Wat er geweest is, is er steeds nog even (Gerrit Kouwenaar) ( bron: ontdek wat poëzie met je doet, Trouw, januari 2013))