Meisjes van 14

In schrille tegenspraak met de pumps en de rode lippen van gisteravond lijken ze weer echt 14. Ik zit aan de ontbijttafel met mijn dochter en haar drie vriendinnen. Kwetsbaar en tenger in hun pyjamaatjes. Het is een loodgrijze zondagmorgen in november en we zijn de dag traag gestart. De meiden praten en ik luister. Het feestje van gisteravond, de school en de leraren komen aan bod. Soms zijn ze meedogenloos in hun oordeel. Soms zijn ze meegaand. Fris en argeloos en puur delen zij hun mening onder de lamp in onze woonkamer.

Ze zijn elkaars concurrent en tevens elkaars alter ego. De zinnen buitelen over elkaar. En dan praten ze over hun toekomst. Ze zijn paraat en zitten op het puntje van hun stoel. Onbevangen en vastbesloten om te slagen in dit leven.. Dit willen ze: econoom, architect, modeontwerpster, (meubel)ontwerper….. Reizen en in Londen wonen. Niet in een rijtjeshuis maar in een huis van eigen ontwerp. Na hun eindexamen een tussenjaar, au-pair zijn in Parijs of Londen. Een wereldreis. maken. Voldoende geld hebben. Kinderen, maar niet te veel. Voor hun 30e moet het allemaal geregeld zijn.
Ik luister. Ik stel vragen aan ze. En ik heb ontzag voor hun ongebreidelde vertrouwen in het leven. Even later verdwijnen ze naar boven. Ik mijmer nog wat, met de krant op schoot. Hoe dacht ik toen ik 14 was. Het lukt me nauwelijks om dat terug te halen.

Ik groeide op tijdens het kabinet Den Uyl, tijdens de jaren dat de zwart-wit televisie werd vervangen voor een kleuren t.v., tijdens de oliecrisis, Hans Wiegel, Dries van Agt, de treinkaping, de bondsrepubliek en Nixon en Carter. Zonder computer of mobiele telefoon. Mijn ouders waren beducht op tegenslag. Ik was een kind van de jaren 70. Ik groeide op in de tijd van het doemdenken. Het glas was vaker half leeg dan half vol. De tijd van punk, new wave, de krakers.

Ik was me niet bewust van een toekomstdroom. En die werd ook niet gevoed door mijn omgeving. Ik had mijn handen vol aan het leren leven in een wereld waarin men naar me keek.
Ik was bezig met mijn lijf, mijn uiterlijk en mijn karakter en mijn strijd om net zo goed te zijn als mijn zussen. Ik was bezig met jongens en kalverliefdes.

Crisisjaren zijn er altijd geweest . De tijdgeest bepaalt hoe we hier mee omgaan. Misschien is het vertrouwen van deze 14 jarigen een reactie op de staat van de wereld. Positivisme voedt vertrouwen en angst ondermijnt het. Slachtofferschap heeft mij ooit lam gelegd. Inmiddels weet ook ik beter. Het vertrouwen van meisjes van 14 brengt hoop. Laten we naar hen luisteren.