IJssel

Het leek helemaal niet te kloppen om een ode te brengen aan een rivier, terwijl een andere belangrijke rivier ver buiten zijn oevers trad afgelopen dagen en daarmee veel mensen overviel in huis en haard. Het was bizar dat wij juist langs die mooie rivier de Maas wilden gaan fietsen, in de komende weken. Te starten in Zuid Limburg en dan onze tocht wilden vervolgen via de Maas in België, richting Frankrijk. Het voelde helemaal niet meer gepast dat te doen, als toerist tussen al die opruimende en zich herstellende mensen, die hun veilige plek kwijt zijn.

De IJssel biënnale die ik vorig weekend bezocht, vormde de aanleiding voor deze blog. De Biënnale heeft als thema TIJ, TIJD en TIJDELIJKHEID. https://ijsselbiennale.nl

Ik citeer:

Tij staat voor de zich herhalende golfbeweging in de tijd (het cyclische van de tijd, zoals dag en nacht, eb en vloed, de seizoenen, zich herhalende ijstijden et cetera;

Tijd staat voor zowel het objectieve verloop van de tijd als de subjectieve beleving van tijd;

Tijdelijkheid staat voor verandering, bijvoorbeeld zichtbaar in lagen in de aardbodem en oude en nieuwe sporen in het landschap, zowel natuurlijke als in de vorm van menselijke ingrepen.

In het licht van klimaatverandering is tijd van groot belang. De prioriteit van veel mensen ligt vooral in het nu, en niet bij de toekomst. Omdat de effecten van de klimaatverandering in onze omgeving voor de meeste mensen nog niet zo zichtbaar zijn, is het gevoel van urgentie om in actie te komen bij velen niet heel groot.
Kunst kan helpen om veranderingen door het klimaat in onze leefomgeving nu, in het verleden en in de toekomst zicht- en ervaarbaar te maken. Zo kan zij bijdragen aan een bewustzijn over de noodzaak om stappen te zetten in hoe we leven en onze leefomgeving inrichten.

 De IJssel meandert en ligt als een glimmend lint in het groen. De stilte ligt op de koeien over de velden, op de madelieven en de klaprozen en soms rijst een kunstwerk op in het landschap, niet altijd aansprekend. Meestal wel tot nadenken stemmend. En soms ook verstillend in ons hoofd.

Ook in de IJssel stijgt het water inmiddels en enkele kunstwerken in de uiterwaarden zijn daarom niet meer te bekijken. Ik vind het schokkend hoe voorspellend en actueel de route is die gefietst, gewandeld of gereden kan worden met de auto. Hoe het water ons inhaalt en hoe het gevoel van urgentie in ons handelen onherroepelijk zichtbaar wordt. Wij zagen ze nog wel…. die verzonken werken; vorig weekend reed ik met mijn zus, haar man en mij echtgenoot van Zutphen naar Doesburg langs de IJssel, de 4e etappe van de IJssel biënnale.

Zo toonde die IJssel zich aan ons met een melodie van melancholie terwijl ze meanderend en zacht de route bepaalde van onze  fietstocht.We genoten de volheid van de terrassen met aangename horeca, van de dorpjes en gastvrije plekjes onderweg. We liepen elkaar tegemoet in de oude laan met hoge beuken, we vlijden ons neer op een houten ruit, in het midden van de laan en lagen in de houten cirkel waarbij onze voetzolen elkaar raakten. We bliezen een ballonnetje bij het IJsel Alga Lab van Dora Kotsi-Felici. We parkeerden onze fietsen onder de  silhouetten van steden (On the line, Marianne Lammersen) die in het gladde water, als een spiegel verzonken. Verdronken landschappen als een zeer gepaste waarschuwing. Door onze veronachtzaamde houding noodzakelijk. Zoals ook de animatiefilm ( Earthfall ( Simone Hooymans) getoond in de kleine container in het weidse landschap die ons terneergeslagen en opgetogen hardop met gemengde gevoelens deed reflecteren op de toestand van onze aarde.

Maar het meest genoot ik tocj van die prachtige IJssel die als een kunstwerk steeds weer terugkeerde in ons blikveld. We vlijden ons neer op zo’n prachtig oevertje waarbij we de noodzaak voelden om onze ogen te sluiten….Bij het ruisen van de wilgen voelden we het ijskoude water aan onze tenen kietelen, droomden we weg bij de wolken die overwaaiden.

Alsof we vooruitgeworpen werden in de tijd en tegelijkertijd terug. Want even later troffen we elkaar onder de statige witte huizen -al van ver te zien, al eeuwen zichtbaar met de rijkdom van de Hanzestad. Ze stonden daar, aan de andere kade van de IJssel, met zicht op de boogbrug tijdloos en stil..

Aan deze IJssel heb ik mijn hart verpand en daar in de buurt wil ik volgend jaar gaan wonen. Dan ga ik mijn voeten dippen aan een heel klein strandje niet ver van mijn huis. Daar zal ik me laven aan de seizoenen, aan de kleuren die veranderen, die op goede dagen samenvallen met mijn stemming, op slechte dagen me op zullen beuren. Aan het coulisselandschap waar ik in kan en zal verdwijnen. Met mijn ogen zal ik op een zachte en veranderde manier gaan kijken. En ik zal de stilte ontmoeten in mijn hart. We zullen elkaar vinden jij en ik in dit landschap. We zullen elkaar daar kussen. Ik in mijn mooiste jurk, jij in je beste pak. Mijn lief en ik. Vaak zullen we wandelen of fietsen langs de oevers en soms zullen we ons neervlijen en heel soms zal het water  ook ons dan overvallen. En alle onopgeloste gedachten zullen wegstromen in het water en de IJssel zal in mij resoneren.

Indachtig het mooie lied van Liselore: Iedereen heeft z’n rivier en in mij, in mij stroomt de IJssel….

 

 

Alleen

Mijn tweelingzus ( Fennanda Eleveld) en ik onderzochten ons tweeling-zijn het afgelopen jaar. Een boeiende tocht die uit moet monden in een boek dat hopelijk rond de zomer van 2022 gaat verschijnen. We werden teruggeworpen in de tijd. Dit vormde de aanleiding voor deze blog, voornamelijk gesitueerd in de periode tussen mijn twintigste en mijn dertigste, toen ik worstelde met het vinden van mijn identiteit, autonomie en het alleen zijn. Had deze worsteling te maken met mijn oorsprong, mijn tweeling-zijn?
Ik las: geluk en tegenslag zijn tweelingen. De tweeling zit in het leven zelf. Als je het woord tweeling doorzoekt, doorzoek je een systeem, een structuur die moeilijk valt uit te leggen. In Nigeria zeggen ze dat ieder mens een deel van een tweeling is. Meestal bestaat de tweede alleen in de spirituele wereld. Het zoeken naar een complement, het zoeken naar tegengestelde helften, naar balans, het streven naar heelheid lijkt in de mensheid ingebakken.
Mijn dochter van (bijna) 23 wilde leren alleen en autonoom te leven, vertelde ze me enkele weken geleden. Ik vond dat prijzenswaardig en vertelde haar over mijn eigen zoektocht. De 1e keer dat ik besefte dat ik echt alleen was en op mijzelf werd teruggeworpen, was zo rond mijn 20e. Ik woonde op kamers in Zwolle. Mijn vriendje bedroog me en ik zat in mijn kleine studentenkamertje van twee bij drie te huilen omdat ik niet wist wie ik was of wilde zijn- geen wonder dat hij me bedroog. Het moet in de winter van 1981 zijn geweest. Mijn warme gevelkacheltje was zowel troostrijk als benauwend. Vele jaren later besefte ik pas echt hoe het was om alleen te wonen en te leven, toen ik zo rond mijn 29e met een gebroken hart in therapie ging en begreep dat ik nauwelijks op eigen benen kon staan. Mijn dromen waren vervlogen – ik had gefantaseerd over een gezinsleven met een man en kinderen. Pas rond mijn 32e, tijdens een weekend met vrouwen in een zelfde soort situatie, leerde ik dat mijn cynisme over de liefde en een gezinsleven – of over dat leven met een ander – mij behoorlijk in de weg zat. Het was zaak om mijn hart weer te openen. Hoe ik dat moest doen wist ik niet….
De psychotherapeut die ik bijna wekelijks bezocht was onverbiddelijk. Je zit hier samen met je tweelingzus. Ze vroeg me het hemd van het lijf en bracht zo mijn leven in kaart. Helaas – het hielp geen zier. Mijn gevoel van verlatenheid werd er zelfs groter door. Bijna elke middag stond ik in dat jaar (1989) als ik uit mijn werk kwam, huilend bij mijn kapstok. Vol angst om mijn lege huis te betreden en om de lange eenzame avonden aan te gaan, helemaal alleen met mezelf, met de toekomst ongewis. Ik ervoer een existentieel gevoel van verlatenheid en dat verwarde mij. Een verloren gevoel dat door niemand opgelost kon worden, behalve door mezelf. Ik werd me bewust van de wens om autonoom te leren leven. Maar ik vluchtte ervoor weg.
Nog weer later leerde ik de weekenden alleen door te komen. Soms met een goed boek, met een kop koffie, een wandeling met een vriend of vriendin, een etentje met vrienden, soms met oude brieven of dagboeken uit een vorig tijdperk, met muziek, een film, met een goed gesprek met iemand, soms met een verkeerde liefde, soms door gewoon tevreden te zijn met mezelf en mijn alleen-zijn in mijn kleine maar fijne huis in de Pauwstraat in Utrecht.
Als ik nu terugdenk aan het tweelinggevoel uit de eerste 10 jaren van mijn leven, dringt zich de vraag op: is het voor een tweeling moeilijker om autonoom en alleen te zijn dan voor een eenling? Ik was ooit jaloers op mijn tweelingzus, die zo gemakkelijk voor zichzelf leek te kunnen kiezen, door op haar 13e haar haar lang te laten groeien en door zich niet meer te onderwerpen aan dezelfde kledingstijl.
Ik las dat autonomie* nauw samen schijnt te hangen met zelfachting, zelfkennis en respectvolle sociale relaties . Iemand handelt autonoom wanneer hij/zij iets zelf bepaalt en geheel en al achter zijn/haar beslissing kan staan. De zoektocht naar die zelfachting loopt als een rode draad door mijn leven.
Twee belangrijke basisverlangens** die we als mens herkennen – het verlangen naar verbinding en saamhorigheid (de wens om ons te conformeren) en het verlangen naar uniek en bijzonder te zijn (de wens om ons te onderscheiden) – lijken voortdurend in ons te conflicteren. Bij de ene mens lijkt het eerste verlangen dominant, bij de ander de tweede. Soms zijn ze er afwisselend allebei, afhankelijk van de situatie. En soms zijn we ze vergeten, deze verlangens.cDe saamhorigheid, waar ik in mijn leven naar heb verlangd, kon ik in de liefde meestal niet vinden. Pas toen ik vele jaren later, zo rond mijn 33e , kon accepteren dat mijn verlangen naar saamhorigheid basaal bij mij paste, durfde ik de liefde weer toe te laten. Van een man die mij deze gul en vol vertrouwen bood.
De ontwikkelingen die we als mens doormaken als gevolg van veranderingen – in onze omgeving, in onze context, in onze kennis en vooral ook onze zelfkennis, in ons begrip en onze weerkaatsing in de ander – zie ik inmiddels luchtiger en als een spel. Het doel van dit “spel” is voor mij om een voltooiing te bereiken door een zo ‘heel’ mogelijk mens te worden. Dat betekent voor mij integer leren omgaan met de wereld om mij heen, mijn mogelijkheden en talenten ontdekken en benutten, beperkingen leren kennen en onderkennen maar ook het effect leren zien van mijn persoonlijkheid op de ander en het effect van de ander op mijzelf. Kortom mijzelf leren kennen en daardoor de ander leren zien, als een vanzelfsprekend pad om te volgen.
En misschien wordt het daardoor gemakkelijker. Al blijft het voor mij een netelige kwestie. Petje af voor mijn dochter die het wil leren: alleen leven.

  • [1] Als bron voor deze blog en ons tweelingboek gebruik ik het boek Autonomie van Beate Rössler, een essay over een vervuld leven ( 2018).[2] Als inspiratiebron voor de kijk op mijn leven gebruikte ik het boek Het verhaal van je leven door Mieke Bouman (2018)(storytelling en de zoektocht naar een zinvol bestaan).

Lichtkring

op de donkere drakerige dagen te benauwd te eenzijdig te glad, te gepolijst, te koud en ondoorzichtig
ik leerde bij in de pauzes en vond driedimensionale beelden in het park, de zon, de vogels, de regen, mijn voetstappen en met mijn reflecties in de plassen
kon ik de ontmoeting losweken, beschaafder, terughoudender en te doen

Het woordje “leave” met een muisklik.
Het was een 12.00 uur en ik verliet de ruimte met een weemoedig blik. Ik had net afscheid genomen van de 13 sociaal werkers i.o. die op diverse plekken werkten, altijd met kwetsbare mensen. De groep was gemotiveerd en leergierig. Ik vond het wonderlijk hoe goed we elkaar hadden leren kennen. Ik had ze nooit live gezien en toch. De ruimte waar ik had vertoefd was me tegen de verwachting in erg dierbaar geworden de afgelopen maanden. Ik realiseerde me dat ik me tijdens die meetings even losgeweekt voelde van de coronarealiteit, was vergeten dat een scherm ons scheidde.

Vanaf september 2020 was ik samen met een collega verantwoordelijk geweest voor de bijeenkomst met deze deeltijdgroep die elke dinsdag van 9-12 uur met mij in de ruimte vertoefde. Mijn collega en ik waren er weken mee bezig geweest. In mei 2020 gooiden we het programma resoluut om tot een onlineprogramma. Hoewel we er tegenop zagen was het achteraf een verstandig besluit. Het programma werd boeiend en interactief, met veel zorg door ons ontworpen. Over de toetsen hadden we nagedacht. Ze mochten per module een pamflet, een advies en een opiniërend essay schrijven. Daarbinnen mochten ze, mits ze aan de beoordelingscriteria voldeden, naar hartenlust creatief zijn.Om halfnegen schoof ik elke dinsdag met een kopje koffie achter mijn computer om met mijn collega, die parallel met mij een groep begeleidde de dag te starten met een prettig ritueel. Om 8.55 druppelden de studenten de ruimte binnen.

De verhalen van de studenten brachten me in een wereld van te slecht betaalde beroepen met veel voldoening, hartzeer en een enorme drive om juist te handelen. Ik was onder indruk van hun ervaringen hun ontmoetingen met collega’s, hun drijfveren en hun frustraties. We zagen ook elkaars mores: een kat die in het beeld sprong, een kopje koffie dat over het toetsenbord viel, een kind dat iets kwam vragen, een storende boormachine op de achtergrond, een verwarmingsmonteur die aan de deur kwam, de corona die bij sommigen in huis heerste en spanning veroorzaakte. Maar ook de alleenstaande moeder met tranen, de puberende zoon, die de muziek te hard zette, het kwetsbare verhaal van een autistische cliënt die de lockdown niet aankon. Het troostrijke verhaal van een student die creatieve oplossingen bedacht voor haar cliënten in de tuin van een activiteitencentrum. De ontdekking dat ze zelf een andere houding t.a.v. hun werk konden aannemen, het stuur in eigen hand nemen. En er waren studenten die prachtige stukken schreven, die zo in een vakblad konden worden geplaatst. Dat was het resultaat van een wekelijkse ontmoeting waarin we sparden over herstel, kwetsbaarheid, over veerkracht en over de maatschappelijke ontwikkelingen, die effect hadden op de ontwikkelingen binnen de organisaties en we spraken over de reacties hierop van de werknemers.

We leerden elkaar kennen. De kroon op dit werk was het grote compliment dat we kregen; ook de studenten hadden geleerd, genoten en nieuwe inzichten gekregen t.a.v. hun werk en vooral de bewustwording van het op kunnen roepen van de menselijke maat in hun dagelijkse werk sprak tot de verbeelding. Een lichtkring tijdens coronaweken die losweekte van het scherm.

De val

Je kunt altijd vallen, zomaar. Er zijn veel synoniemen: buitelen, duikelen, duvelen, flikkeren, glippen, kukelen, omvallen, smakken, tuimelen, uitglijden, storten. Je kunt als mens fysiek vallen en psychisch vallen. En geen mens kan ontkennen dat hij de butsen en kwetsuren niet kent, de tegenslag die de val veroorzaakt of op de val volgt. Ik val gemiddeld 2 x per jaar, meestal door een stompzinnige struikeling, vaak als ik aan ‘t wandelen ben, en meestal als ik met mijn hoofd bezig ben in plaats van met mijn voeten. Vaak gaat zo’n val gepaard met veel pijn. Aan mijn knie, een oog of een rib. Nooit nog leidde het tot doktersbezoek. Wel tot gaten in mijn broek of panty, pleisters, bloed en schaafwonden en soms tot een huilpartij. Het ter aarde storten ging meestal gepaard met een inzicht, na een drukke periode of na een analyse in mijn hoofd die noodzakelijk was en al dagen duwde en trok. Zo’n analyse kon te maken hebben met iets op mijn werk, menselijk gedrag, menselijke relaties, mijn falen of een ontmoeting met iemand. Soms ging de val vooraf aan een beslissing of een vreemde gebeurtenis in de familie. Alsof de aarde aan mij trok en mij wakker wilde schudden. Het vallen herstelt dan iets in mij, waardoor ik na genezing van de wonden weer dapper voorwaarts kan gaan, soms helderder dan voorheen, soms deemoediger.

Voor het eerst waren we weer op de fiets gestapt. Een rondje van 1,5 uur door de Biesbosch dat we vanaf april al vele malen hadden gereden. Het voelde bevrijdend dat het weer kon. Ik had mijn fiets precies 6 weken niet meer aangeraakt. Ik had hem verstopt in de schuur en vond het lastig om hem te zien. E.’s fiets stond weken bij de fietsenmaker. We verkozen de benenwagen de afgelopen 4 weken, of de auto.
Al jaren heb ik de behoefte om van mijn leven een verhaal te maken. Wat ik mezelf vertel is bepalend voor mijn verhaal. En dat biedt betekenis. Ieder mens creëert immers zijn eigen werkelijkheid, zijn  persoonlijke mythe.

Eigenlijk hielp de fiets mij al sinds april om uit het hoofd te blijven en me daardoor wellicht te behoeden voor een val….Onze hoofden waren leeg tijdens onze fietstocht langs de Noordzee, die wij nu ongeveer 7 weken geleden aanvaarden. Hierdoor konden we op en top genieten van de natuur en wat zich voordeed. Van de kilometers die wij maakten, van de zeewind, de zon en onze fijne tent die we elke middag met een paar klikken opzetten. Hoe kan je vallen als je gelukkig bent? Ja dat kan dus.

Op de 11e dag hadden we de Noordzeeroute volbracht en waren geëindigd op een rustieke camping op 10 km van Boulogne sur Mer. Het was er stil, rustig en prettig en de temperatuur steeg. We maakten ons op om daar minimaal 4 dagen te luieren, te lezen, te genieten van de vogels, van elkaar en de voldoening van onze fysieke arbeid. Wat nog miste was proviand.  Dus togen we naar de grote supermarkt, aan de rand van Boulogne. Het fietstochtje er naar toe voelde relaxed na al dat trappen richting eindpunt. In de supermarkt vulden we onze tassen met lekkernijen.
Nadat we de parkeerplaats verlieten, sloegen we een landweggetje in dat ons weer naar de camping moest brengen en naar onze zeewolf , die we hadden gevonden in het uitgebreide assortiment; een maaltijd waarop we ons verheugden. Het was ongeveer 17.30 uur toen ik E. voor me zag wankelen. Ongeveer 2 seconden daarvoor wist ik dat hij ging vallen. Hij zeilde over zijn stuur en smakte op het asfalt. Daar bleef hij even doodstil liggen.
Later zou hij zeggen, ik voelde me verslagen. We hadden de boodschappen in de fietstassen achterop mijn fiets geladen. E. pakte een doosje, dat hij plat maakte en onder de band van zijn tasje schoof. Toen ik het zag, vond ik het geen goed idee. Maar we waren nonchalant en vrolijk en stapten weer op onze fietsen.

Nooit zullen we weten of dit doosje de oorzaak van het ongeluk was.

E. lag 2 nachten in het ziekenhuis aan de monitor. Zijn hartspier had een dreun gehad, zijn longen waren gekneusd, zijn handen waren kapot en ook op zijn hoofd had hij enkele  fikse wonden. Naast dit fysieke ongemak kreeg zijn vertrouwen een enorme dreun en zijn kwetsbarheid lag open en bloot op, rond en voor hem. De fietshelm was beschadigd en kapot, en had een deel van de klap opgevangen. Dat was een geluk bij dit ongeluk.

Natuurlijk liep het goed af. Er was onmiddellijk een stem in mij. Het komt goed bleef als een mantra in mijn hoofd. In dit verhaal werd E. de held, die zich herstelde. In de Achterhoek kwamen we bij en realiseerden we ons hoe groot en mooi het leven is. Ons leven is.
Vandaag belde de cardioloog om te vertellen dat er een litteken zat aan de onderkant van het hart. En weer waren we opgelucht. En weer waren we onder indruk van het herstellend vermogen van ons lichaam.
En gisteravond waren we voor het eerst sinds weken op de fiets gestapt. Het fietsen was een manier om het verhaal bij te sturen. Om de regie weer te pakken. Het voelde bevrijdend dat het weer kon. Met ons hoofd in de zon, de wind in onze haren en een glimlach die we elkaar toezonden, werd een willekeurig lot een aangename plot. De stem van het leven zelf riep: doe wat goed voor je is en heb elkander lief.

Vrouw

womanthe favourite550x805beyonce

De thuis gekeken films de afgelopen weken, het lezen van boeken vormden een goede compensatie. We waren maanden verstoken geweest van ons wekelijke uitstapje naar het filmhuis de Movies in Dordrecht. Onze smaken kwamen meestal aardig overeen en vandaag waren we weer opgetogen naar het filmhuis gewandeld doch had ik me aangepast aan de voorkeur van mijn man. Hij koos voor de film The Lighthouse. Een duister en beklemmend verhaal (ik citeer de reprise) over twee vuurtorenwachters op een afgelegen mysterieus eiland in New England rond 1880. William Dafoe, vervulde meesterlijk zijn rol en het was een fascinerende vertelling. Maar op de wandeling naar huis constateerde ik dat het een echte mannenfilm was, met duistere krachten, isolement, pijn, waanzin, geweld en dronkenschap, die bij mij ook weerzin opriep. De identificatie die E. had ervaren, de humor die hij had gezien, ervoer ik niet.

Welke vergelijkbare film voor vrouwen ken je dan, vroeg mijn man. Die vraag puzzelde me even. Maar na enige tijd kwam ik op de film the Favourite uit 2018, Engeland, begin achttiende eeuw. Centraal staat de relatie tussen koningin Anne en haar vertrouwelinge, adviseur en geliefde Sarah Churchill, de hertogin van Marlborough. Hun levens veranderen voorgoed door de aankomst van Sarahs jongere nicht Abigail. Al snel veranderen de dynamieken tussen de vrouwen en pogen ze invloed uit te oefenen op de koningin en op het paleis ( citaat uit reprise). Ook hier spelen duistere krachten en hysterie, pijn en waanzin een rol, zij het op een vrouwelijke manier. Om deze film met vileine vrouwenhumor had ik gelachen en mijn man had hem destijds met ambivalentie bekeken.

Wat betekent het om vrouw te zijn vandaag de dag. Ik had diverse voorfilmpjes gezien op de sociale media en werd uitgenodigd tot kijken naar de intieme documentaire over 2000 vrouwen in meer dan 50 landen. Thema’s als moederschap, opleiding, huwelijk, economische onafhankelijkheid, seksualiteit, het vrouwelijk lichaam passeren de revue. In Trouw lees ik: Een duizelingwekkend loflied op vrouwelijke kracht, en dat is niets te veel gezegd. We keken de film via Youtube enkele weken geleden en ik was dagen daarna nog ontroerd door de beelden en de schoonheid van de gefilmde portretten. Mijn eigen vrouw zijn, mijn eigen aanpassing aan de vrouwelijke staat en de vrouwelijke conditie werd met name opgerakeld bij het zien van de film Woman. Van de eerste keer seks en het genot van orgasmes, tot gedwongen huwelijk en huiselijk geweld tot religieuze overtuigingen.

De nadruk ligt misschien iets te nadrukkelijk op het slachtofferschap van de geportretteerde vrouwen, maar dat maakt hun verhalen er niet minder aangrijpend om. Ik vroeg me dan ook af hoeveel tranen ze hadden vergoten. Hoe ze met kracht hun omstandigheden de baas waren geworden, overleefden en opstonden. En het viel me op hoe die omstandigheden en het leed dat ze overkwam te vaak door de met mannen gedomineerde wereld in gang was gezet. Ik vroeg me ook af hoeveel emmers bloed deze vrouwen hadden verloren, door menstruaties, zwangerschappen, miskramen, abortussen, verkrachtingen, misbruiken, mishandelingen, borstkanker en ongelijkheid. Hoewel ik vind dat ik in een begenadigde positie ben beland was ook ik een vrouw die zich kwetsbaar had gevoeld, die zich opgemaakt had voor een afspraak, zich had afgevraagd of ze wel mooi genoeg was, die zich struikelend op pumps naar evenementen had begeven om mooi genoeg te zijn, die zich had geschaamd voor haar menstruaties, haar abortus, haar lekkende borsten na haar zwangerschappen, voor haar littekens, haar aanranding 35 lange jaren geleden….

Maar ja, veel vaker ook had ik me trots gevoeld op mijn veerkracht na verdriet over een bedrogen hart, een mislukte liefde, een financieel debacle. Had ik met trots teruggekeken op een gelukte, moeilijke werkklus, een studie, een goed geschreven blog of op de gelukkige opvoeding van mijn kinderen. Hoe vaak had ik fier mijn financiële onafhankelijkheid gekoesterd, mijn mollige lichaam uitgestrekt in bed, mijn werklust en mijn kracht, mijn sociale vaardigheden, mijn zachtheid en niet te vergeten mijn mooie borsten omarmd. Alle associatie brachten gedachten op gang over vrouw-zijn en vrouwelijk lief en leed.

Vrouwen bevrijden is weigeren hen op te sluiten in de relaties die ze onderhouden met mannen, maar niet het ontkennen van die relaties, lees ik in de biografie. Al weken was ik -gedurende de crisis- in de ban van de biografie van Simone de Beauvoir, geschreven door Kate Kirkpatrick. Soms ontroerd, soms verrast en soms met ergernis las ik het levensverhaal van deze bijzondere vrouw. In de jaren 80 had ik enkele van haar romans gelezen: De mandarijnen, Het bloed van de anderen, Uitgenodigd. In de biografie las ik dat ze het vrouw-zijn als biologisch component en als cultuurverschijnsel zag. Ze benoemt het seksisme en het in de schaduw staan van een man. Haar werk, origineel en autonoom, in tegenstelling tot wat de vaak manlijke critici beweerden, die stelden dat ze leunde op Sartres denkbeelden, denk ik na het lezen van de biografie: Sartre leunde op haar. Haar rol in het informeren over seksualiteit, abortus en anticonceptie en vrouw-zijn heeft veel vrouwen gesteund. Hij staat niet meer in mijn boekenkast, maar ik weet nog dat ik hele stukken overpende uit de “Tweede Sekse” beginjaren 90. Ik weet nog dat ik de innerlijk verscheurdheid tussen “Het zelf dat vrouwen willen zijn als geliefde en moeder en het zelf dat we willen worden in de grote wereld” als een universeel probleem van vrouwen door haar werd beschreven en dat me dat zo raakte destijds.

Beyonce zingt in een lied: zonder vrouwen zou de wereld saai zijn, zouden mannen verloren zijn. Misschien kan ik een voorbeeld nemen aan deze trotse, krachtige generatie, die in bijgaand filmpje zo sexy dansend hun lied zingen: htttps://www.youtube.com/watch?v=4m1EFMoRFvY

Vrouwen leven langer, we mogen ons zelf mooi maken, we kunnen heel veel aan, we mogen zitten op het toilet, we mogen huilen, we mogen dansen en we kunnen een zelfstandige vrouw zijn in de 21e eeuw. Laten we wel zijn: vrouw zijn heeft zo veel voordelen. En eigenlijk weet ik diep in mijn hart zeker:

I love being a woman!

[1] citaat uit de de Tweede sekse

Nieuwjaar

Noroez is een feest van loutering en verzoening, van hoop en een nieuw begin, van dood en leven, dat wordt gevierd rond 21 maart. Dit jaar viel het op vrijdag 20 maart. Ik las dat Noroez “nieuwe dag” betekent. Het was de dag dat ik voor mijn boekenkast stond.

Ik dacht aan Pari die ons uitlegde hoe het nieuwjaar rond 21 maart startte, het Noroez, een oud Perziche feestdag, een lentefeest. Ze vertelde en toonde hoe het werd gevierd. Ik vond het mooi hoe ze 7 voorwerpen op een schaal legde die met een s begonnen, de Perzische letter Sin. Van oorsprong was het een Zoratristische feestviering die ook in Afghanistan, Oezbekistan , India , Kirgizië en Kazachstan werd gevierd, begreep ik vandaag.
Soms had ik geen opvang voor mijn pasgeboren zoon en net als andere collega’s nam ik hem dan heel af en toe mee naar mijn werk, waar Pari voor hem zorgde. Ze noemde Simon Simoni en was heel lief voor hem.

Ik las het boek Aria (geschreven door Nazanine Hozar) “Een geweldig epos over de Iraanse revolutie (aldus Margaret Atwoord), een dokter Zhivago van Iran.” Dat was precies de reden waarom ik het kocht. Het verhaal startte in 1953. Ik las over ingrijpende keuzes die de hoofdpersoon moet maken en de consequenties die de Iraanse politiek had voor menselijke relaties. Het boek was slecht vertaald, maar het verhaal was pakkend. Dus las ik verder, want het relativeerde de coronacrisis.

En toen bracht dit verhaal me terug in de tijd. Opeens begreep ik wat het betekend moest hebben voor Pari, Reza, Feresteh, en Shirani. Iraanse vluchtelingen die ik leerde kennen tijdens mijn werk voor vluchtelingenwerk in de jaren 90. Feresteh, was kapster. Ze knipte eens mijn haar. Ik mocht bij haar tuis komen, daar was het glamoureus ingericht. Ze liet me foto’s zien van haar familie, in paleizen en chique jurken. Ze aanbad de sjah van Perzië. Daar was ze heel eerlijk in. Ze had iets koninklijks en ze was gul, ik kreeg meerdere keren prachtige cadeautjes van haar. Ik wist niet zo goed wat ik ervan moest denken. En daar was Reza, hij was de beheerder van de kantine, maakte broodjes voor ons in de lunchpauze en vrolijkte ons op. En tot slot was er nog Shirani, zij leerde mij Iraans dansen, tijdens een picknick die ik in het voorjaar in mijn huis voor mijn groep organiseerde. Ze was wulps en mooi. En mijn man en ik keken wat verlegen toe terwijl zij danste in onze woonkamer in Rotterdam. Ze waren allen gevlucht uit Iran tijdens de Iraanse revolutie, na de start van ayatollah Khomeini. Hun verhalen en namen keerden terug in mijn hoofd tijdens het lezen van Aria. Pas nu besefte ik hoe complex de politieke situatie in dit land was geweest en hoe ingewikkeld het moest zijn om op te groeien in Teheran, het Iran van de jaren 80/90.

Tegelijk met het leren lezen meer dan 55 jaar geleden, leerde ik dat teksten deuren openden naar een andere wereld. Een wereld die verfrissing, troost, verdriet, verbazing, ontzag of wijsheden bloot konden leggen. Ik leerde dat teksten me uit de penarie konden helpen.
Soms omdat ze antwoord gaven op vragen, soms omdat ze me door eenzame uren hielpen. Lezen bood avontuur. “ Wie leest leeft dubbel”. Romans en verhalen vertolkten voor mij het leven. Soms vertolkten ze mijn eigen niet geleefde leven, soms boden ze een kans om te gaan leven…Ze versterkten mijn inlevingsvermogen en ontwikkelden bewustzijn.

In mijn liefde voor lezen ben ik schatplichtig aan mijn ouders. Het was mijn vader die mij en mijn zussen altijd voorlas, tot ons 10e jaar. -Ik weet niet meer waarom er een eind aan kwam, waarschijnlijk omdat we zelf hartstochtelijke lezers waren geworden-. En het was mijn moeder die ons van boeken voorzag. Voor elke dochter koos ze een serie. Met Sinterklaas of op onze verjaardag, kregen wij een deel. Die series rouleerden tussen ons zussen en brachten vertier en ontspanning.

Een behoefte aan boeken, een verlangen naar verhalen, is toen geboren. Ik ben eerlijk, ik werd een veelvraat. Literatuur, poëzie, maar ook lectuur, filosofie of een essay. Mijn verlangen om te lezen gaat niet alleen over literatuur met een hoofdletter. Al wil ik een minder goed geschreven tekst meestal wel compenseren met een echt goed geschreven tekst. Toen ik rond mijn 27e Nederlands ging studeren, was dat omdat ik een grote liefde koesterde voor verhalen en taal.

Vertwijfeld stond ik eergisteren voor mijn boekenkast. Die boekenkast is al jaren een ratjetoe. Stapels boeken, boeken die niet meer pasten, studieboeken, vergeten boeken. Ik hield het al lang niet meer bij. Boeken die ik weg wilde doen, maar door hun verhaal niet weg kon doen lagen in stapeltjes voor de kast. Van sommige boeken wist ik nog de precieze reden van aanschaf toen ik ze kocht of kreeg. Of hoe mijn stemming toen was. Hoewel ik regelmatig boeken weggaf de afgelopen jaren, kocht ik ook weer bij. Ik kon het niet laten. Dus de stapels buiten mijn kasten slonken nauwelijks. En het lezen nam niet af.

En zo lijkt het tijd voor een nieuw begin, een loutering en een verzoening met het afscheid. Ik verlang daarbij naar een Marie Kondo die me helpt met ordenen en ontboeken. Die me steunt om eervol afstand te doen en me helpt mijn boekenkast overzichtelijk en hanteerbaar te maken. Die me leert verhalen los te laten, waardoor er ruimte komt voor nieuwe, een soort van nieuwe dag, een nieuw begin in mijn leven en in de boekenkast.

Geld

Ik zat op het toilet in een café en las op het tegeltje: Beter rijk te leven, dan rijk te sterven. Wat is rijk?

Ik ben opgegroeid in redelijke welstand als dochter van een succesvolle ondernemer. In hoogtijddagen had mijn vader drie bedrijven onder zijn hoede. Geen uitdaging was wat hem betreft te groot. Dat hij daar goed mee verdiende was voor mijn moeder een belangrijke reden om hem te huwen in 1959. Hij was een zogenaamd “gewenste partij.” Ik genoot van een onbezorgde financiële jeugd. Afhankelijk van zijn stemming deelde mijn vader vijfjes, tientjes of vijfentwintigjes uit. De briefjes die hij nonchalant uit zijn zak viste en met zichtbaar plezier aan zijn kinderen overhandigde brachten mij niet de waarde bij van geld. Maar laat ik eerlijk zijn. Het was zijn geld dat ons redde in 2008 en het is zijn geld dat ons ruimte biedt in 2020.

Natuurlijk wist ik wel dat binnen de gegeven sociaal economische context geld als enig middel werd aanvaard om in het leven “vooruit” te komen. En misschien was dat wat ik er het meeste op tegen had. Ik wilde niet “vooruit” komen en al helemaal niet door geld te vergaren. Ik ervaarde het telkens weer als een schijnbare werkelijkheid, die blik op dat geld. Liever had ik een basisinkomen gehad. Of een ruilmiddel waarmee ik goederen en diensten kon betalen. Misschien zette ik me af tegen mijn ouders die als ondernemersechtpaar het altijd goed hadden gehad. Natuurlijk profiteerde ik daar van. Mijn verhouding tot geld was nogal wisselvallig.

Ongeveer 35 jaar geleden schreef ik mijn ouders een brief. Een smeekbede om geld. Ik had die zomer een prachtige zijden broek gekocht, ver boven mijn budget. Mijn inkomen bestond uit geld dat ik verdiende met een bijbaantje in een snackbar, aangevuld met een welkome maandtoelage van mijn ouders, waarmee ik o.a. de huur van mijn kamer in Zwolle betaalde. Die maand stond ik voor het eerst rood, later werd dat een vanzelfsprekendheid. Ik heb nooit leren sparen – er was ook geen geld om te sparen.

Geld. Geld. Geld. Er is geen geld of is er niets dan geld…… We gebruiken het fijne geld, het goede geld, het wijze geld. Ook het foute geld, het vuile geld en het uiterlijke geld. We maken het leven hanteerbaar met geld want we hebben geld nodig om te leven. Geld biedt kansen, vaak een uitweg. Geld creëert een illusie. Teveel geld kan stress veroorzaken. Geld lijkt soms een zinvol bestaan in de weg te staan. Geld creëert macht en omgekeerd. Geld biedt een uitkomst in oorlogen, veroorzaakt foute keuzes en creëert ongelijkheid. Een chronisch tekort aan geld kan angst en frustratie en machteloosheid creëren met in het ergste geval dakloosheid tot gevolg.
Onlangs las ik Het Zoutpad, (The Saltpath) dat het verhaal beschrijft van een echtpaar dat dakloos raakt door een verkeerde financiële beslissing. Het is een waar gebeurd verhaal en spreekt tot de verbeelding van veel mensen, want het werd een kassucces (sic). Het boek over een leven in armoede dat ook rijkdom in zich draagt stemde tot nadenken.
Raynor Winn en haar man Moth zijn al meer dan dertig jaar samen. Hun oude boerderij in Wales hebben ze in de loop der tijd steen voor steen opgeknapt en omgebouwd tot een goedlopende B&B. Dan raken ze binnen een paar dagen alles kwijt: ze verliezen hun huis door een speculatieschandaal en ze krijgen te horen dat Moth een ernstige ziekte heeft. Ze hebben niets meer over en nog maar weinig tijd. Met de moed der wanhoop nemen ze een impulsief besluit: ze gaan de eeuwenoude South West Coast Path lopen, weg van alles en iedereen. Het is een tocht van duizend kilometer langs de zuidkust van Engeland.
Met twee rugzakken en een kleine tent beginnen ze hun wandeltocht door het oeroude, verweerde landschap van rotsen, kliffen, zee en lucht. En daar gebeurt het. Met elke stap, door iedere ontmoeting, en ondanks alle moeilijkheden die ze onderweg tegenkomen, verandert hun tocht verder in een bijzondere ontdekkingsreis. (citaat Bol.com)

In de jaren 90 was ik trajectbegeleider en NT-2 docent bij de Taalschool voor Vluchtelingen in Rotterdam. Sommigen leerde ik kennen en hun verhalen waren hartverscheurend. Zij moesten hier bij 0 beginnen. Door het werken met vluchtelingen besefte ik hoe goed ik het had en hoe rijk mijn leven was.
De bomen groeiden in die tijd tot de hemel voor veel mensen. Ik gaf echter alles uit wat ik verdiende en trouwde met een man met een klein inkomen. We waren tevreden met wat we hadden. Als restverschijnsel uit de jaren ‘80 waren we bang voor grote verantwoordelijkheden, voor een hypotheek -die we overigens hadden – voor goederen en voor een serieuze baan. Onze angst wisten we te verblinden met lange vakanties van 4 weken in Frankrijk in de zomer en een week Waddeneiland in de winter. Vakanties waaraan ik prachtige herinneringen bewaar. Met weinig geld wisten we te leven en te genieten. Elk jaar een gift van mijn ouders maakte dat we het redden. We waren naïef maar ongecompliceerd in die tijd. Die eerste 8 jaar van ons huwelijk met onze twee prachtige kinderen in Rotterdam Blijdorp beleefde ik als intens rijk en gelukkig.

We zagen de inkomens van vrienden per jaar groeien. En misschien was dat de reden dat we zo eind jaren 90 van de geoorloofde roodstand gebruik maakten bij de ING. Noodzakelijk om een aantal investeringen te doen, maar uiterst riskant, want die roodstand bleek te ruim voor het leven van een kleine zelfstandige. Tijdens de crisis van 2008 liepen de inkomsten in de fotografie terug. We werden wakker toen ineens in 2008 de ING bank het gebruikte krediet van 15.000 euro van de zakelijke rekening opeiste. Door de incassoprocedure kwamen we in rap tempo terecht in de wereld van het foute geld. De bank legde incassokosten op en we zagen zo onze schuld binnen enkele weken oplopen tot 20.000 euro. Dat we, net als Raynor en Moth, de verkeerde kant op hadden kunnen vallen, doet me beseffen hoeveel geluk we hebben gehad. Een lening van mijn vader heeft ons gered. En natuurlijk onze eigen houding daarna.

Als ik de werkelijkheid begrijp kan ik geld als een noodzakelijk onmisbaar goed zien. Voor niets gaat de zon op. In de afgelopen 10 jaar is er iets veranderd in mijn verhouding tot geld. Ik ben vooral onder indruk van de les die het leven ons leerde. We leerden vragen te stellen. We leerden ons herinnerde verleden te verbinden aan het heden en dat werd een manier van begrijpen. Ik leerde te accepteren dat geld een noodzakelijk goed was. Ik leerde de waarde van geld zien. Ik leerde taboes doorbreken, door geld te lenen en door daar over te spreken met anderen. Ik leerde een buiging te maken voor mijn echtgenoot, die andere kwaliteiten bezit dan geld verdienen. En tot slot leerde ik dat rijkdom vooral bestaat uit zinvol leven. Leven met woorden, zinvolle bezigheden, met natuur, leven met ervaringen van vreugde en betekenis vinden in herinneringen of in daden. Leven met liefde voor mensen en met tijdloosheid. Ik zoek naar betekenis, ik vind het vaak en soms ook niet. Ik ben dankbaar voor deze onderzoeken in een leven met  tegenstrijdigheden. En soms zaait dat verwarring.

Ouderliefde

johariwindo

De dood kan een mens wakker schudden.

Door mijn dagelijkse handelingen heen sijpelen allerlei herinneringen en momenten met mijn vader, tijdens zijn ziekbed, tijdens die laatste weken, tijdens zijn bezoekjes aan mij. Wie hij was, wie hij niet was, wie ik dacht dat hij was, wie ik vergeten was. Aan zijn leven met mijn moeder, hun leven samen. Hun geleefde leven, hun niet geleefde leven en hun leven.

Onlangs keek ik naar een interview met P.F. Thomése over zijn nieuwe boek Vaderliefde. De schrijver beseft, nadat hij allerlei ontdekkingen doet tijdens het opruimen van het huis, nadat zijn ouders beiden zijn overleden, dat hij ze eigenlijk niet heeft gekend.

Toen ik samen met mijn zussen en broer onlangs het huis opruimde van mijn ouders na mijn vaders dood, had ik een soortgelijke ervaring. Ik spitte door een doos vol documenten van mijn moeder en haar ouders. Ik vond briefjes en kaarten aan mijn opa, geschreven door mijn moeder toen ik nog klein was. Ik las ze met een hongerige blik. Ze ontroerden en toonden een jonge vrouw die haar nest aan het bouwen was. Wie was ze toen ze nog jong was? Gezamenlijk tuurden we naar een foto. “Ze was eigenlijk een hele leuke vrouw” constateerde mijn zus toen we de foto zuchtend weglegden.

De regen en de temperatuur kondigen een nieuw seizoen aan. De kleur van de lucht, de melancholische geuren. Herinneringen en bewogen momenten stuiteren over de weg die ik bewandel in de veel te natte stad. Er is er een die zich blijft herhalen.

Een beeld van mijn moeder die abrupt opstaat van tafel om met drie sinaasappels te gaan jongleren, zonder er een op de grond te laten vallen. Als meisje van een jaar of 8 keek ik ademloos toe. Ze had iets autonooms tijdens haar jongleeracties, die vaker voor kwamen, soms op verzoek. Dat autonome beeld bleef haken, bracht onrust en stelde vragen. Wie was mijn moeder, wie was ze niet, wie dacht ik dat ze was? En of ze dat ook was?

Ooit kreeg ik als Hbo-ver les over het JOHARI venster en nu leer ik mijn studenten tijdens de intervisie over het JOHARI venster, vaak ook aangeduid met de Engelse term JOHARI window. Het model geeft zicht op je open ruimte, je verborgen ruimte, je blinde vlek en  de onbekende ruimte.  In het verborgen gebied kunnen mensen informatie voor zichzelf houden en niet delen met anderen. Het verborgen gebied kan ook deel worden van de open ruimte door wel iets te delen met intimi. Ik vermoed dat een deel van zowel mijn vader als mijn moeder voor mij verborgen bleef. Voor mij, voor ons, voor mijn vader, voor de wereld.

Ze in een ander licht zetten, die ouders, ze vanuit een nieuw perspectief bekijken. En de foto’s nog eens omdraaien. Dat brengt de dood. Dat brengt mij (n) leven.


 

zij ontsnapt ternauwernood aan levensduur

zij weet niets

dus lacht zij

naar die met het aardige gezicht

naar die het haar heeft gevraagd

naar die haar nog steeds zoekt

naar die haar nog herkent

naar die haar heeft bemind die haar zacht bewoog

die haar heeft veracht op haar stoel de macht der gewoonte met zalige zondige koekjes

en in haar handpalm rust zacht zijn hand gewoon omdat dat moet zodat hij, zij, in naam van hij haar hem niets meer kwalijk neemt

troostrijk wiegen, vasthouden, lachen

en dat meenemen

tot het slot.


 

Het Huis

Het huis was nog in aanbouw. Het was de bedoeling dat we er in de winter in zouden trekken. Er was wat vertraging. Ik liep met de zoon van de tennisleraar wat doelloos door het dorp. We kenden elkaar nauwelijks, waren onzeker, zoekende, jong en rebels. Hij koos de bestemming. Zo belandden we in de nog in aanbouw zijnde woonkamer. We waren naar binnen gestapt door de kozijnen die nog geen ramen droegen. Het was een najaarsnacht begin september 1977. Het huis toonde zich geheimzinnig in het maanlicht. Het rook er naar cement en mijn jeugd. Het voelde als een triomftocht om “als eerste” bezit te nemen van het huis. We zoenden op het koude cement.

In zijn corduroy pak droeg mijn vader die geur permanent bij zich. Die geur van veiligheid, die ik opsnoof als ik bij hem op schoot zat. Het kwam van de bouwplaatsen waar mijn vader dagelijks vertoefde. Nu nog word ik getroffen door de geur van cement als ik langs bouwplaatsen loop. Een geur die in mijn neus blijft hangen.

Mijn vader koos de plattegrond van het huis in een bouwblad. En samen met een plaatselijke architect, bedacht hij hoe het er uit moest gaan zien. Het  kreeg een mooi lijnenspel, stevig en degelijk. Het huis staat er: als een kloeke baron met een klein bordes. Hij doopte de tuin tot een Beethoven. Hij vertelde het trots terwijl hij aan het schoffelen was. Ik begreep die keuze wel. De tuin is bescheiden, kleurt goed mee met de seizoenen en omgeeft het huis als een beschermjas, met diverse soorten groen. De bloemen zijn eenvoudig, klassiek, degelijk en kleurrijk. Het grasveld voelt zoals gras behoort te zijn, zacht groen en vochtig. De blote voeten van mijn kinderen mochten het op hun jaarlijkse logeerpartijen veelvuldig ervaren.

Het werd in de afgelopen 40 jaar een ontmoetingsplek waar ik mijn zussen en broer zag, waar ik bijna elke zomer met hen en mijn ouders op het terras barbecuede, het terras met mijn vader als “de immer verbindende spil”. Het werd ook een huis, dat paste in de genen van onze familie. Mijn opa en oma woonden in een huis met hetzelfde lijnenspel, bleek toen mijn zus het huis ooit tekende. Ook dat huis staat nog in het dorp waar ik opgroeide, al is het in een vervallen staat.

Onder het huis bevindt zich een enorme kelder met verschillende ruimten. In de grootste ruimte stond 40 jaar een tafeltennistafel. Op deze tafel mat mijn vader elke zondagochtend zijn krachten met een goede vriend, in de jaren 80. In diezelfde tijd speelden wij als kinderen menig toernooi met elkaar, bij familiefeesten, of met (toenmalige) liefdes. Later speelden onze kinderen ook pinpong op de tafel tijdens familiefeesten en logeerpartijen. Het werd hun huis. De plek van een gastvrije opa en oma, met een tuin, natuur, een zwembad en een skelter in de buurt.

In diezelfde kelder vierden we als dochters 2 grote feesten. De feesten hadden de juiste vibraties en dat kwam mede door het huis. Iedereen bleef slapen, de kelder lag vol met mensen. En natuurlijk door mijn ouders die ons de volledige vrijheid gaven en het vertrouwen om te feesten in dat huis. Het huis werd een plek waar jonge mensen graag kwamen. Onze vrienden en later onze kinderen.

Het huis werd ook een dankbare galerie, voor beeldjes, voor de vele schilderijen van mijn zus, de kunstenaar en voor de kunst die mijn ouders vergaarden in hun leven. Zo hangt in de woonkamer een schilderij dat mijn moeder mijn vader gaf zo rond zijn 65e verjaardag. Het was haar laatste grote cadeau aan hem. Het is een schilderij van een pianiste in een klassiek rode jurk, die samen met een cellist in smoking muziek maakt, geschilderd door Annemarie de Groot. Het is helemaal niet zo’n geweldig schilderij, maar het verbeeldt de liefde tussen mijn ouders en is me daarom dierbaar.

Natuurlijk speelt mijn leven zich al jaren elders af. Natuurlijk weet ik me gelukkig in mijn eigen huis.

Het huis zal over niet al te lange tijd onteigend worden door de dood. Het zal zijn ziel gaan missen. Het zal ontzield worden. Het huis zal voor altijd verbonden zijn aan mijn vader. Aan zijn leven en zijn kracht. Telkens als ik er kom, en dat is vaak in verband met de ziekte van mijn vader, besef ik dat het huis aan mij kleeft als een goede vriend .

Vliegen

budapestIn ons kostbare leven reizen we graag. Reizen breekt iets open, nieuwsgierigheid, verwondering, een wereldbeeld dat vast zat. Reizen brengt ons over de oceaan, naar de andere kant van de wereld. Bijna alle wetenschappers die zich er in verdiept hebben, zijn  het er over eens dat de klimaatverandering vooral wordt veroorzaakt door de mens.  Opwarming van de aarde is niet meer te stoppen, maar we kunnen wel wereldwijd minders CO2 gaan uitstoten. Vliegen is een van de meest vervuilende manieren om te reizen en vooral  verre reizen hakken er in. Ik was me daar bewust van toen we ons stedentripje naar Boedapest  boekten. Een keuze waaraan ook ethische bezwaren kleefden….

Hoeveel CO2 had ik op mijn voetprint staan?  Het werd in mijn leven mijn 9e vlucht telde ik. Allemaal korte reisjes en een hele lange…De 17e vliegreis als ik de terugreizen mee telde. En ik liet de computer rekenen en las:

De totale uitstoot van jouw stedentrip in Boedapest met 2 personen voor 3 nachten is 170 kg CO2.

Ter vergelijking: de uitstoot voor het jaarlijkse energiegebruik (gas en stroom) van een gemiddeld huishouden is 4.160 kg CO2.

Ongeveer een week geleden had ik gelezen in de krant hoe het vliegen ons beeld van het reizen had veranderd. Volgens de schrijver van het stukje hadden we het echte reizen verleerd. De boot, de trein, de fiets, de bus,  het lopen, de moeite die een reis kon kosten. Het reizen was te gemakkelijk geworden. Te vanzelfsprekend.  Een reis boeken gaat inderdaad gemakkelijk, we checken in en zijn op de plaats van bestemming.

Nu was reizen per trein of bus voor ons geen optie want wij hadden niet veel tijd en dus compenseerden we ons schuldgevoel:  met bewust eten, duurzaam vervoer naar ons werk en duurzaam vervoer in de stad, zo compenseerde we onze CO2 uitstoot… En natuurlijk verstopten we ons achter een verlangen naar een leuk reisje. Zo gingen we 4 dagen onze 25 jarige liefde vieren in Boedapest en ja, we gingen met het vliegtuig.

Licht gespannen vertrokken we vroeg in de ochtend, richting  vliegveld. We vlogen twee uur en landden. We zaten nog een half uur in een bus naar het centrum van de stad en kwamen daar aan volgens plan. Recht tegenover ons appartement stapten we uit, samen met een kudde jonge mensen met rolkoffertjes. Ook deze  mensen gingen net als ons de stad verkennen. Net als ons hadden ze gekozen voor een goedkoop vliegticket, een stedentrip naar een (goedkope) stad, waar veel te zien en te verkennen viel.. Wij brachten onze koffertjes naar het apartement en toen kon ons echte reisje beginnen.

Ik observeerde het vliegtuig gedurende de vlucht. En de mensen om me heen. Het personeel oogde ongelukkig. Het vliegtuig oogde als een koekblikje. De stoelen toonden wat versleten en armoedig. We zaten tussen bijna alleen maar jonge mensen, studenten, jongeren en twee andere 50 plussers. Ik voelde me schuldig. Niet alleen door de klimaat berichten. Niet alleen door de  milieubelasting. Ook door de keuze van Ryanair. Daar kwam mijn angst nog bij. Dat zelfde weekend stortten er 2 vliegtuigen neer. Ik las het vlak voordat we onze vlucht naar huis terug namen. Had ik beter niet kunnen doen. Ik was pas weer rustig toen we met beide benen op de grond stonden.

Mijn zoon vertrekt op 1 april op de fiets naar de Kaukasus.  En reist met het vliegtuig terug. Hij halveert daarmee zijn CO2 uitstoot. Een bewuste keus? Enigszins. Hij gaat echt op reis.

Ik sluit af met een gedicht over Boedapest ter ere van de komende Boekenweek: reizen, ervaren…..en dan schrijven over een mooie ontdekkingstocht met schuldgevoel.

Of lezen, ook een vorm van reizen, ervaren en ontdekken, maar dan zonder schuldgevoel, schoon op reis, thuis op de bank.

Budapest,

 

Hoe zal ik me bewegen in deze stad, waar de kleuren zo zacht zijn. Langs onschuldige straten en gebouwen stroomt het water van de Donau grijsbruin. De zandkleurige huizen staan in onverslaanbaar daglicht, in een taal die ik niet spreek. Zo ben ik de vreemdeling die dwaalt over de bruggen, mijn ankers op het water dat steeds terugkeert langs de gebouwen in kleuren die zo zacht zijn. Zo hoopvol.

Hoe zal ik me bewegen in deze stad met patronen, hekwerk en ornamenten. Waar de kleuren zo zacht zijn. Zo ben ik de toerist die alle rijkdom omarmt,  de geschiedenis slikt, die dwaalt langs gebouwen. En onder de bruggen -mijn ankers over het water – dat steeds terugkeert, stroomt het water van de Donau, bloedrood langs huizen in kleuren die zo zacht zijn, zo geel en zo licht.

 

Wilma Eleveld